Wat is je echte pensioenleeftijd?
Weet je al wanneer je met pensioen wil? En welke leuke dingen je dan allemaal gaat doen? Dan wil je vast weten tot welke leeftijd je eigenlijk moet doorwerken. Via de AOW probeert de overheid jouw pensioenleeftijd op allerlei manieren te beïnvloeden.
Standaardpensioenleeftijd is nu 65 jaar
Niet alleen als je zo vroeg mogelijk wil stoppen met werken, maar ook als je langer wil doorwerken, loop je tegen allerlei regeltjes aan.
In Nederland eindigt de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer van rechtswege wanneer de AOW-leeftijd (65 jaar) wordt bereikt. Dat betekent dat je dienstverband eindigt zonder dat jij of je werkgever het contract hoeft op te zeggen.
Eerder dan 65 jaar?
Het is vrijwel niet mogelijk voor een werkgever om je vóór je 65e te ontslaan op grond van je leeftijd. De werkgever moet dan kunnen aantonen dat alle werknemers in een bepaalde functie vanaf een bepaalde leeftijd objectief gezien niet meer geschikt zijn voor hun werk. Alleen als er zo’n objectieve grond is, mag standaard een eerdere pensioenleeftijd worden vastgelegd in een (collectieve) arbeidsovereenkomst. Dat geldt bijvoorbeeld voor piloten en voetballers.
Langer doorgaan?
Doorwerken na 65 jaar blijkt vaak ook niet eenvoudig te zijn. Bij een voortgezet dienstverband blijken plotseling allerlei juridische regeltjes te gaan gelden, om het contract te kunnen opzeggen. Wanneer jij en je werkgever allebei willen dat je na je 65e blijft, zal het dienstverband vaak toch opgezegd worden. Daarna kun je gedurende een beperkt aantal jaren nog met tijdelijke contracten aan de slag.
Blijft de pensioenleeftijd 65 jaar?
De Algemene Ouderdomswet (AOW) bestaat al sinds 1957. Bij de invoering van de AOW was de levensverwachting van mannen 71,4 jaar en van vrouwen 74,6 jaar. Er waren toen 750.000 65-plussers. Vijftig jaar na invoering van de AOW zijn er ongeveer 2,2 miljoen en is de levensverwachting voor mannen opgelopen tot 78 jaar en voor vrouwen 82,3 jaar.
De grondlegger van de AOW, minister Drees Sr. voorzag al dat de levensverwachting zou gaan toenemen. Om de AOW betaalbaar te houden, stelde hij ruim 50 jaar geleden al voor om de pensioenleeftijd elk jaar met 7 weken te verhogen. Was dat gebeurd, dan zou de pensioenleeftijd nu zo’n 72 jaar zijn geweest.
Politiek bleek de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd niet haalbaar. Lange tijd is er niet meer over gesproken. De afgelopen 25 jaar zijn wel een aantal nieuwe pogingen gedaan door politici. Zij werden echter verguisd en konden het veld ruimen.
Politiek bespreekbaar
Langzamerhand lijkt het onderwerp bespreekbaar te worden.
In juni 2008 adviseerde de Commissie Arbeidsparticipatie de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de AOW-leeftijd uiterlijk in 2016 jaarlijks met één maand te verhogen, zodat de pensioenleeftijd in 2040 67 zal zijn.
In 2040 wordt namelijk het hoogtepunt van de vergrijzing verwacht. Waarschijnlijk zijn er dan 4,4 miljoen 65-plussers. De kosten daarvan moet dan door de werkenden worden gedragen. Op dit moment dragen 5 werkenden de kosten voor één 65-plusser. In 2040 moeten die kosten door 2,5 werkenden per AOW-er worden gedragen.
Het kabinet liet echter al weten deze kabinetsperiode nog geen besluiten te nemen over de verhoging van de pensioenleeftijd.
Eerste stappen naar verandering
Toch zijn de eerste stappen naar verandering ingezet. Het is de bedoeling dat werknemers vanaf 2009 een vrijwillige mogelijkheid om hun AOW-uitkering uit te stellen. Ook de arbeidspensioenen, de pensioenen die via de werkgever worden opgebouwd, kennen steeds vaker flexibele mogelijkheden.
Het is dan nog maar een kleine stap om de vrijwillige mogelijkheid om te zetten naar een verplicht uitstel.
Herma Geboers